16 – november – 2007 Bron: Vakwerk
Elektronische standaardberichten voor handel aantrekkelijk
Het gebruik van standaardberichten van Edibulb, bestemd voor kwekers en handelaren, betekent dat allerlei gegevens niet steeds weer opnieuw hoeven te worden ingevoerd. Deze standaards voor de bloembollensector worden ontwikkeld door Edibulb. Hierbij wordt uitgegaan van het volledig elektronisch uitwisselen van gegevens tussen computers van gebruikers via Electronic Data Interchange (EDI). Met de toekomstige invoering van het Elektronische Transportbericht zijn aanzienlijke besparingen te realiseren in de logistiek.
LANGE AANLOOP
De Stichting Edibulb zag op 8 februari 1995 het levenslicht. Toen waren meteen ook ai de eerste standaardberichten voor kwekers en handelaren beschikbaar. Het is vooral de Elektronische Koopbrief waar het vanaf het begin om draaide. Pas de laatste jaren hebben ook de Elektronische Leveringsnota, het Bewijs van Ontvangst en de Factuur ingang gevonden. Toen de eerste versie van de Elektronische Koopbrief beschikbaar werd, was dat nog in een tijdperk waarin Windows en internet nog geen gemeengoed waren. Alleen al om al ontwikkelingen op automatiseringsgebied te volgen, zijn de standaardberichten in de loop der tijd aangepast. Ook de codering groeide mee in dat proces. Alhoewel de stichting ruim twaalf jaar oud is, kreeg Edibulb pas een jaar of drie, vier geleden de wind in de zeilen. Toen zetten de diverse organisaties in de bollenwereld hun schouders onder dit project. Bovendien dienden zich ook de nieuwste softwarepakketten aan, die op de bollenbedrijven worden toegepast en waarin Edibulb was geïntegreerd.
KWEKERS EERST
Edibulb-projectleider Henk Zwinkels schat dat momenteel bijna driehonderd kwekers werken met de Edibulb-berichten. Belangrijker vindt hij echter het aantal transacties. Aan het einde van ieder jaar maakt de stichting de balans op. Betrouwbare gegevens over de huidige situatie heeft hij daarom niet. Zijn prognose is echter dat zo’n 40 procent van alle koopovereenkomsten dit jaar elektronisch worden verzonden aan kwekers en zo’n 25 procent aan kopers. Het aantal elektronische leveringsnota’s van kwekers aan de In- en Verkoopbureaus is dit jaar ook gegroeid. Het gevoel ten aanzien van de verdere invoering van Edibulb in de bollenwereld is goed. geeft hij aan. “In ieder geval aan de kwekers-kant”, haast hij zich te zeggen, “Onder de handelaren werken tot nu toe slechts tien bedrijven met Edibulb. Dat zijn bovendien nog niet de grootste.”
LOGISTIEKE COMPONENT
Toch heeft Zwinkels goede hoop dat de handelsbedrijven over de brug komen wanneer het transportbericht van Edibulb gereed is. Hij spreekt in dit verband overigens over de logistieke component van het project, daarmee aangevend dat het hier om wezenlijk meer gaat dan alleen dat standaardbericht. “Met dit deel van Edibulb is de hele logistiek rond het binnenkrijgen en verzenden van partijen te optimaliseren. Dat kan leiden tot aanzienlijke besparingen in het transport en fustbeheer”. is Zwinkels’ stellige overtuiging.
Deze laatste fase van Edibulb onderscheidt zich daarmee van de invoering van eerdere standaardberichten. Die berichten verkleinen vooral de kans tot het maken van fouten, omdat niet steeds weer opnieuw dezelfde transactiegegevens hoeven te worden ingevoerd. Nu komen dus concrete besparingen in zicht. Die geven Edibulb volgens Zwinkels een meerwaarde die deze systematiek volgens de handel tot dus ver nog onvoldoende had.
Over een halfjaar kunnen de softwareleveranciers deze logistieke component in hun automatiseringsprogramma’s inbouwen. Pas daarna zal blijken of de handel meer toehapt dan tot nu toe het geval is geweest. Zwinkels verwacht wel dat Edibulb op den duur dé standaard wordt in het hele bollenvak. Hij wijst op de elektronische aanvoerbrief van de grote bloemenveilingen, waarop Edibulb is geënt. Die brief is een jaar of vijftien geleden ingevoerd. Nu werkt bijna 100 procent van de telers die op de veilingen aanvoeren, er mee. “Een uitstekend resultaat dus, waar echter wel een enorme inspanning aan ten grondslag ligt”, memoreert Zwinkels. Hij wijst verder op de kloktransacties van de veilingen. Van 80 tot 90 procent van die transacties worden alle data een-op-een in de administratie van de bloemen- en potplantenhandelaren overgezet. Met die percentages in gedachten heeft de Edibulb-projectleider er alle vertrouwen in, dat deze systematiek op termijn ook aan de handelskant in het bollenvak op een veel grotere schaal dan nu zal worden gebruikt.
TOCH SUCCESVOL
Een organisatie waar Edibulb volledig is ingevoerd, is Hobaho. Financieel manager Hans Molenaar constateert net als Zwinkels, dat veel meer kwekers Edibulb in hun automatisering laten integreren, dan handelaren. Het zou volgens hem wel goed zijn wanneer aan de exportkant een grotere belangstelling voor deze nieuwe standaard in de bollenwereld wordt getoond. Echter, wanneer die groei vooralsnog uitblijft, clan is volgens hem absoluut geen sprake van een mislukt project. Ook in het geval dat de integratie bij de kwekers verder toeneemt en de verdere invoering bij de handei stagneert, mag wat Molenaar betreft van een succes worden gesproken.
De invoering van de standaardberichten op zich vindt Molenaar al bijzonder. “Bij elke vorm van standaardisatie geeft de ondernemer een stukje vrijheid weg. Ik heb er alle begrip voor dat dit in een vak met zoveel historie vaak vreemd voelt. Met dat soort sentimenten hebben wij ook bij de invoering van Edibulb te maken”, licht hij toe. Hij hoopt ten stelligste dat de kwekers en bij voorkeur ook de handel blijven doorgaan op de ‘digitale snelweg’ en daarin Edibulb als standaard gebruiken. “Zeker in een situatie waarbij alle transacties handmatig moeten worden verwerkt, slokt de administratie onevenredig veel aandacht van de ondernemer op. Waar de automatisering een belangrijk deel van die beslommeringen kan overnemen, krijgen de zaken in het bedrijf waar het echt om gaat, meer aandacht. Dat is in ieder geval onze ervaring”, vertelt Molenaar.
GEEN VERBAZING
Alfons Zwetsloot die vanuit Anthos de belangen van de handel in het stichtingsbestuur van Edibulb behartigt, is net als Molenaar redelijk positief over de stand van zaken. Het verbaast hem niet dat de handelaren de Edibulb-standaard als laatste oppakken. “Voor een kweker met bijvoorbeeld twintig soorten, is de invoering van deze systematiek te overzien. Voor de handel is die implantering veel omvattender, omdat de handelsbedrijven per definitie met veel meer verschillende artikelen te maken hebben”, legt Zwetsloot uit. Hij kan zich levendig voorstellen dat die bedrijven bij Edibulb consequent de vraag stellen wat zij met dit systeem kunnen verdienen. En of de investeringen gerechtvaardigd zijn. Persoonlijk heeft Zwetsloot daarover geen twijfel. De bedrijven die op den duur deze standaard niet oppakken, zullen naar zijn inschatting van lieverlede naar de achterhoede verdwijnen. Dat de handel zich tot dusver vrij afzijdig heeft gehouden, wijt Zwetsloot ook aan het niet compleet zijn van de systematiek. Zo is het in zijn ogen belangrijke standaard-factuurbericht van Edibulb pas dit jaar gereed gekomen. Het transportbericht is – zoals gezegd nog in ontwikkeling. Met dit laatste kunnen volgens hem in piekperioden net als bij de andere standaardberichten erg veel gegevens in een relatief korte tijd worden verwerkt. Zeker met de factuur- en transportberichten is Edibulb naar zijn mening een compleet systeem, waar de handel mee uit de voeten kan.
ROYAAL ‘JA’
Een handicap blijft vooralsnog dat in de bloembollenhandel meerdere automatiseringsbedrijven actief zijn met een naar verhouding klein klantenbestand. Zwetsloot vraagt zich openlijk af in hoeverre die bedrijven met een handvol klanten voldoende capaciteit hebben om de omvangrijke Edibulb-systematiek bij hun klanten te implanteren. “Dat op zich is al betreurenswaardig, want ik vrees toch dat de bedrijven die op den duur niet met Edibulb in zee gaan, uiteindelijk de boot zullen missen”, aldus de Anthos-woordvoerder. Hij wijst er ten overvloede op dat behalve Hobaho en CNB ook de diverse elektronische vraag- en aanbodsystemen op internet volledig Edibulb-gerelateerd zijn. “Edibulb staat als standaard. Pakweg vijf jaar geleden was het nog de vraag of de invoering überhaupt zou lukken. Die vraag is anno 2007 royaal met ‘Ja’ te beantwoorden.
Marcel Fit, Johan Zilvold en Ab Augustinus (vlnr) allen blij met de geslaagde introductie van Navibol Het programma Microlegger van ABM Computerdiensten (Lisse) heeft zich de afgelopen kwart eeuw bewezen als een compleet branche-pakket voor exportbedrijven in de bloembollensector. Dat niet in de laatste plaats door de enorme kennis van het bloembollenvak, die grondlegger Albert Augustinus erin heeft gestoken. Jan de Wit & zn is een van de ruim 40 exportbedrijven die altijd prima met Microlegger konden werken. “Maar we kregen de laatste jaren wel het gevoel met een ietwat verouderd pakket te werken, vooral omdat er geen aansluiting was met de Windows-omgeving”, zegt directeur René de Wit. Ook Albert Augustinus onderkende dat probleem. Op zoek naar een geschikte partner om Microlegger om te zetten naar een Windowsomgeving, kwam hij in contact met Johan Zilvold van Provision Business Solutions (Barneveld). Tom Zoethout van dit bedrijf: ‘Er was meteen een klik. Ab’s kennis van Microlegger én de bloembollensector en onze kennis van het wereldwijd gebruikte standaardpakket Navision van Microsoft Business Solutions hebben we samengebracht in de nieuwe joint venture Abigaile BV. Doel: het inbouwen van Microlegger in Navision”. Dat is sinds de start begin 2005 gebeurd in nauwe samenwerking met een drietal pilotbedrijven. waaronder J. de Wit & zn. Een belangrijke rol was daarbij weggelegd voor Paul Groot die als afstudeeropdracht een nauwkeurige analyse van bedrijfsprocessen, gebruikerseisen etc maakte. Het resultaat van deze samenwerking is een modern, op de bloembollenbranche toegesneden programma dat Navibol is gedoopt.
Mailen is voor menigeen al jaren gesneden koek. Maar het per mail versturen van koopovereenkomsten is dat nog niet. De mogelijkheden om dat op een verantwoorde manier te doen bestaan echter al geruime tijd. Donderdag 10 november maakte Henk Zwinkels, projectleider van de Stichting Edibulb, in Sassenheim aan zo’n vijftig belangstellenden duidelijk wat kopers en verkopers van bloembollen kunnen met Edibulb, het systeem van elektronische gegevensuitwisseling in de bloembollen-sector. De stichting is in het leven geroepen om voor de gehele keten eenduidige afspraken te maken over coderingen, elektronische berichten en spelregels. Voor een groot aantal onderdelen van de bloembollenhandel zijn al zaken ontwikkeld. Voorwaarde is wel dat er zaken gedaan worden via een in-en verkoopbureau. Als dat het geval is, dan kunnen verkoper en koper een koopbevestiging en een leveringsnota krijgen. Bewijs van ontvangst en IVB-factuur zijn volop in ontwikkeling. Inmiddels nemen 220 kwekers en 10 handelaren deel, en zijn bij Hobaho en CNB de basisvoorzieningen voor het werken met Edibulb gereed. De belangstelling van deelnemers bij vooral de handel kan wat betreft Zwinkels nog wel omhoog. Om belangstellenden te stimuleren om mee te doen kunnen maximaal dertig bedrijven (teelt en handel) een bijdrage in de deelname krijgen van 350 euro. Dat is ongeveer de helft van de totale deelnamekosten. De financiële stimulans wordt bijeengebracht door de ivb’s.
Na de theorie de praktijk. Michel van Ruiten van Leo Berbee Export uit Lisse werkt inmiddels al enige tijd met Edibulb. “Wij hebben de Edimodule aangeschaft, ons aangemeld bij de stichting, contact gezocht met de ivb’s, en hebben eerst een stambestand gemaakt van al onze artikelen en relaties. Dat laatste maakt de start veel eenvoudiger, omdat je dan alleen het deel aan gegevens gebruikt dat op jou van toepassing is.” Bij Berbee komen koopbriefjes is pdf-formaat bij de inkoper binnen. Hij beoordeelt de inhoud. Is deze akkoord dan wordt deze met een druk op de knop het systeem ingebracht, en gelijk op de goede plek weggezet. Zitten er onjuistheden in, dan gaat het document eerst terug naar de commissionair, en pas als het goede document is ontvangen volgt acceptatie. Veel fouten levert deze manier van werken niet op, zo maakte Van Ruiten duidelijk. “Ons levert het verder vooral veel tijdsbesparing op. en daarmee ook een grote kostenbesparing. Wat mij betreft is het dan ook helder: voor wie hieraan niet meedoet wordt het alleen maar duurder.”
“Afgelopen zomer hebben we de EDI-bulb module toegevoegd aan ons automatiseringspakket Cobas”, vertelt office manager Lisette Hazenoot van de bekende broeierijexporteur C. Steenvoorden BV. De voordelen van EDI-bulb zijn voor Lisette overduidelijk. “Voorheen moesten we alle koopbriefjes handmatig inboeken. Nu worden alle koopbriefjes die via de IVB’s binnenkomen automatisch ingelezen in het systeem. Dat levert tijdwinst op en de kans op fouten is veel geringer”. Wat in de voorbereiding wel wat tijd kostte was het koppelen van de EDI-codes aan de eigen codes. Lisette denkt dat het ‘matchen’ van de koppelingen misschien een reden is waarom nog maar zo weinig exporteurs werken met EDI-bulb. “Maar als je daar een paar weken goed aan gaat zitten, lukt dat wel. Wij hebben het gedaan in de rustige voorjaarsmaanden. Je moet er gewoon even je tanden inzetten”. Eigenlijk is ze verbaasd dat nog maar zo weinig collega-exportbedrijven werken met EDI-bulb, gezien de voordelen die dat met zich meebrengt. En die voordelen worden alleen maar groter als in de nabije toekomst de andere onderdelen van het transactietraject – leveringsnota. Bewijs van Ontvangst, facturen – geëlektroniseerd worden. Haar eindoordeel na een halfjaar ‘EDI-bulben’ binnen Cobas: ‘ik kan het van harte aanbevelen.’